Dieren en dierproeven in het onderwijs
Mag je op school een dierproef doen? Of in de lerarenopleiding? Mag je dieren huisvesten op school? Kortom: wat kan en
mag er met dieren in het onderwijs? Dit artikel gaat in op regelgeving en mogelijkheden met dieren op basisscholen,
middelbare scholen en in de lerarenopleiding.
Test vooraf uw kennis!
Bij docenten leven veel vragen over (proef)dieren in de wetenschap en in de klas. Daarom hebben het 3RS-Centre Utrecht Life Sciences en het Nationaal KennisCentrum Alternatieven voor dierproeven (NKCA), samen met ECENT dit webartikel gemaakt. Het gaat in op wat er wel en niet mag met (proef)dieren in het onderwijs. Het 3RS-Centre en het NKCA bieden ook de mogelijkheid om bij u op de lerarenopleiding langs te komen om een sessie te verzorgen.
Wat is er belangrijk voor een opleider?
Dit webartikel behandelt de regelgeving m.b.t. (proef)dieren in het onderwijs: zowel voor in de lerarenopleiding als voor het basis- en middelbaar onderwijs.
Wat kan een docent eraan hebben?
Dit webartikel behandelt de regelgeving m.b.t. (proef)dieren in het onderwijs: zowel op het gebied van huisvesting als op het gebied van practica.
- Er worden alternatieven gegeven voor het gebruik van dieren
- Het bevat ideeën en materialen voor lessen over/met dieren
Dierproeven in het onderwijs
Op de basisschool en middelbare scholen mogen geen dierproeven gedaan worden. Maar niet alles wat je met dieren doet valt onder de noemer ‘dierproef’…
Wanneer is iets wel/niet een dierproef?
In de Wet Op Dierproeven (Wod) staat de volgende definitie van een dierproef:
“Het geheel van handelingen, dat ten aanzien van een levend gewerveld dier, dan wel een levend ongewerveld dier van
een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soort, wordt uitgevoerd (…) voor zover redelijkerwijs moet worden
aangenomen dat daardoor het dier ongerief kan worden berokkend (…).”
Vanaf 2013 vallen koppotigen (inktvissen) ook onder de Wod (zij zijn een door de overheid aangewezen soort).
Een experiment valt onder de Wod, als het experiment één van de onderstaande doelen heeft:
- Produceren of controleren van o.a. vaccins en diagnostica
- Toxicologisch of farmacologisch onderzoek
- Diagnostiek
- Antwoord vinden op een wetenschappelijke vraag
- Onderwijs
Experimenten met dieren voor andere doeleinden, zijn verboden.
Men spreekt dus van een dierproef als aan deze drie criteria voldaan wordt:
- Het experiment heeft één van bovenstaande doelen
- Er worden levende gewervelde dieren of koppotigen gebruikt
- Er is kans op ongerief
Onderwijs is per definitie het doel op scholen. Dus op scholen is iets een dierproef als het levende gewervelden
of koppotigen betreft en er kans op ongerief is.
Onder ongerief vallen pijn, lijden, ongemak of blijvend letsel. Een paar voorbeelden van ongerief:
- Individuele huisvesting van sociale dieren
- Afwijkende voeding of voedingsregimes
- Verandering van omgeving (stress)
Wanneer wordt een dierproef toegestaan?
Om een dierproef uit te mogen voeren, moet je aan de onderstaande voorwaarden voldoen:
- De instelling waar je de dierproef uit wil voeren, moet een vergunning hebben om dierproeven uit te mogen voeren. Geen enkele basisschool of middelbare school heeft zo’n vergunning. Mbo, Hbo en universitaire instellingen kunnen wel een vergunning hebben
- Degene die de dierproef bedenkt, moet een artikel 9 bevoegdheid hebben. Hier gaat het om artikel 9 uit de Wod. Dit artikel houdt in dat de bedenker van de dierproef een biologische, biomedische of zoötechnische studie gedaan moet hebben waarbij de vakken anatomie/zoölogie en dierfysiologie ten minste 200 studiebelastingsuren omvatten. Bovendien moet diegene een cursus proefdierkunde afgerond hebben
- Er moet een proefdierdeskundige toezicht houden op de dierproeven. Geen enkele middelbare school heeft een proefdierdeskundige
- De dierverblijven moeten aan speciale eisen voldoen
- De dierexperimentencommissie (DEC) moet een positief advies geven om de dierproef uit te mogen voeren. De DEC maakt een belangenafweging of het gebruik van proefdieren opweegt tegen het ongerief voor de dieren. Dierproeven in het onderwijs worden slechts toegestaan als het belangrijk is voor de opleiding en vooral voor de toekomstige baan van de studenten. Omdat het op basisscholen en middelbare scholen vooral gaat om algemene kennisoverdracht, worden dierproeven daar naar alle waarschijnlijkheid niet toegestaan. In de lerarenopleiding zouden milde dierproeven misschien toegestaan kunnen worden (dit is speculatief), omdat leraren in opleiding hun kennis uiteindelijk weer over moeten kunnen brengen op hun leerlingen
Wat mag er allemaal wel met dieren?
De Wod geldt alleen voor levende gewervelde dieren (en koppotigen). Dit houdt in dat je wel (zonder toestemming) gebruik mag maken van:
- ongewervelde dieren (m.u.v. de koppotigen). Bij deze dieren gaat men ervan uit dat ze niet bewust pijn kunnen ervaren vanwege een laag ontwikkeld zenuwstelsel. Daarom mag je met deze dieren wel proeven doen, zonder toestemming
- dode dieren. Het gaat hier om dieren die niet voor onderwijsdoeleinden gedood zijn. Bijvoorbeeld bijvangst of slachthuismateriaal - voor restricties m.b.t. veiligheid zie onder 'FAQ'
Met levende gewervelde dieren mag je (zonder toestemming):
- observeren, zolang het in hun kooi is
Het is wel goed om als docent aan je leerlingen of studenten te vertellen waarom je gebruik maakt van dieren en welke wetten je gerespecteerd hebt. Anders zouden leerlingen de indruk kunnen krijgen dat je ‘zomaar’ voor elk doeleinde gebruik kan maken van dieren.
Wat zijn alternatieven voor het gebruik van dieren?
Alternatieven voor het gebruik van dieren in het onderwijs, zijn bijvoorbeeld:
- kunststof modellen
- films
- computer simulaties / practica
- excursies, bijvoorbeeld naar de dierentuin om daar te observeren
Alternatieven zonder dieren, kunnen verschillende voordelen hebben:
- Dode of levende dieren kunnen emoties oproepen bij leerlingen die ze afleiden van hetgeen ze eigenlijk zouden moeten leren
- Dieren kunnen maar één keer gebruikt worden, de alternatieven kan je vaker gebruiken
- Bij alternatieven kunnen dingen getoond worden die bij een dier niet met het blote oog zichtbaar zijn, zoals processen op cellulair niveau
- Het toont aan dat we dieren respecteren en daarom niet voor elke doeleinde gebruiken
Een nadeel is dat veel alternatief materiaal, nog niet in het Nederlands verkrijgbaar is. Overigens zijn een aantal van de hierboven genoemde alternatieven taalonafhankelijk.
Dieren in het onderwijs
Voor het tijdelijk of permanent huisvesten van dieren op scholen zijn twee wetten van toepassing: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) en de Flora- en faunawet.
GWWD
De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is van toepassing op dieren die door mensen gehouden worden. In de GWWD staat dat het verboden is om een dier de nodige zorg te onthouden. Er zijn geen aanvullende regels voor het houden van dieren op scholen. Het is dus toegestaan om dieren in de klas te houden. Maar houd rekening met het volgende:
- In weekenden en vakanties moet het dier ook verzorgd worden
- Er kunnen kinderen allergisch zijn voor het dier
- Het dier moet tegen drukte kunnen
- Hokken, voer en nestmateriaal zorgen voor extra stof in het lokaal
Flora- en faunawet
De Flora- en faunawet is van toepassing op dieren die in het wild leven. De volgende diersoorten zijn beschermd via de Flora- en faunawet. Ze mogen daarom niet uit het wild gevangen worden:
- Alle zoogdieren, m.u.v. de huismuis, bruine en zwarte rat
- Alle soorten vogels
- Alle amfibieën en reptielen – voor kikkerdril zie onder 'FAQ'
- Alle vissen die niet onder de Visserijwet vallen
- Sommige vlinders, libellen en mieren
- Bedreigde diersoorten
Verder geldt voor alle dieren (dus niet alleen voor de beschermde soorten) een zorgplicht: ‘Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving’ (artikel 2, lid 1).
Aanpakken op school en in de lerarenopleiding
Het 3RS-Centre Utrecht Life Sciences en het NKCA bieden aan lerarenopleidingen aan, om op maat een sessie over (proef)dieren in het onderwijs
te verzorgen. Neem hiervoor contact op met Jan van der Valk.
Zowel in de lerarenopleiding als op middelbare scholen, is het goed om aandacht te besteden aan de Wod en het doen
van dierproeven. Dit om de studenten / leerlingen duidelijk te maken dat dieren een intrinsieke waarde hebben en niet
zomaar ingezet kunnen worden als proefdieren. U kunt ook ethische dilemma’s rond het gebruik van proefdieren behandelen.
Ethiek
Het doen van dierproeven voor onze gezondheid (en die van andere dieren) is een moreel dilemma. Het behandelen van ethische vraagstukken kan een bijdrage leveren aan de attitude van studenten en leerlingen. Ook kunnen de leerlingen inzicht krijgen, in de afwegingen die dierexperimentencommissies moeten maken. Een aantal voorbeelden van (ethische) vraagstukken:
- Wanneer weegt het belang van de dierproef op tegen het ongerief van het dier? Onder welke omstandigheden zou je een dierproef accepteren?
- Hoe groot kan dat ongerief zijn t.b.v. medisch onderzoek? Want hoe erger de ziekte bij de mens, hoe erger de proefdieren eraan toe zijn. Bijvoorbeeld: mensen die verlamd zijn vanaf hun middel. Proefdieren zou je dan ook vanaf hun rug moeten verlammen...
- Zou je proefdieren gebruiken voor onderzoek naar welvaartziektes? We weten dankzij proefdieronderzoek nu bijvoorbeeld dat er bij obesitas in sommige gevallen een erfelijke component is...
- Wanneer weegt de leerwinst op tegen het gebruik van dieren / dieronderdelen in het onderwijs?
- Wat kan je niet aanleren als je geen gebruik mag maken van (proef)dieren?
- Website: Een didactische aanpak hiervoor is 'beweegredeneren' en wordt beschreven in het artikel: "Het dilemma van gentesten in de klas" uit Bionieuws.
Hieronder volgt een inventarisatie, van hoe het onderwerp in de lerarenopleidingen aan bod komt.
PABO
Voor het PO vak ‘natuur’ is de observatiekring de meeste geadviseerde werkvorm. Een kringgesprek waarin de kinderen
waarnemingen doen aan het materiaal. Bijvoorbeeld het zoeken naar verschillen en overeenkomsten tussen dieren.
Voor toelichting en reacties van studenten, zie twee veel gebruikte didactiekboeken:
- ‘Het didactische werkvormenboek: variatie en differentiatie in de praktijk’ – Piet Hoogeveen en Jos Winkels (2005)
- ‘Natuur en techniek geven: praktische vakdidactiek voor het basisonderwijs’ – Herman de Jongh et al. (2009)
Dieren voor de observatiekring gebruiken mag, als de dieren in hun kooi blijven. Zo ondervinden de dieren zo min mogelijk ongerief.
Verder maakt men in het PO gebruik van dieren door:
- (huis)dieren in de klas (permanent en incidenteel)
- beestjes uit de voorjaarsnatuur de klas in halen en bekijken
Houd hierbij rekening met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Flora- en faunawet.
Tweedegraads lerarenopleidingen
Biologie leren wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan biologie leren onderwijzen, en vice versa. De opleidingen verschillen zeer van mening in hoeverre daar levende dieren of organisch materiaal voor noodzakelijk is. Helder is wel dat de respondenten goed op de hoogte zijn van de strekking van de wetten. Wel hebben zij vragen over concrete invullingen van de wet (zie onder 'FAQ'). Verder geven zij aan zeer zorgvuldige afwegingen te maken.
Een aantal voorbeelden van hoe lerarenopleiders aandacht aan het onderwerp besteden:
- Discussie over proefdiergebruik in de wetenschap en (industrieel) farmacologisch onderzoek
- Bespreken wat eraan vooraf gaat voordat proefdieronderzoek uitgevoerd wordt. Hierbij ethische aspecten toelichten
- De wetgeving en toepassingen daarvan bespreken
- Dat gestreefd wordt naar de 3 V’s (vervanging, vermindering, verfijning)
- Wat de meerwaarde is van dierproeven en waar je met leerlingen rekening mee moet houden
- Een excursie inclusief snijpracticum naar de universiteit
Eerstegraads opleidingen
De helft van de eerstegraads opleiders besteedt aandacht aan het onderwerp. Dit doen zij met name door informering via artikelen.
Vraag van de opleiders: ‘Zijn deze nog courant?’
Zie 'Gebruikte literatuur in de opleidingen' voor de courantheid van de drie meest gebruikte artikelen.
Gebruikte literatuur in de opleidingen
Voor een overzicht van relevante literatuur, zie onder 'Verwijzingen’.
Van een aantal artikelen die veel gebruikt worden in de opleiding, heeft het 3RS-Centre Utrecht Life Sciences
bekeken in hoeverre ze courant zijn:
'Dierproeven op school zijn verboden’ - Paul de Greeve en Rob van Oosterom (1999)
Courant tot 2013. Vanaf 1 januari 2013 is er een nieuwe wetgeving van kracht. Waarschijnlijk zijn er voor scholen niet veel wijzigingen. Voor een download van dit artikel: zie onder 'Verwijzingen'
‘Het skelet heet Hein’ - Els de Hullu (2000)
In principe courant, al zijn er nu al zoveel (kunst)modellen waarbij geen gebruik gemaakt is van menselijk weefsel, dat dat de
voorkeur zou moeten hebben. Voor een download van dit artikel: zie onder 'Verwijzingen'
NVON brochure ‘Arbo bij natuurwetenschappen in het Voortgezet Onderwijs’ ( 2001); paragraaf 7.4.1 (‘Vakvoorschriften en aanbevelingen voor biologie’)
T.a.v. de Wod staat er dat alleen mensen die een vergunning hebben om dierproeven uit te voeren, een
aanvraag mogen doen. Zo werkt het niet. Het zijn de instellingen die een vergunning moeten hebben.
Dat blijft in de nieuwe wetgeving ook zo. T.a.v. bloed staat er als advies dat het werken met bloed bij
schoolreglement verboden zou moeten zijn. Dit is alleen zo bij niet getest bloed. Bij practica wordt getest
bloed gebruikt. De behandeling en testen hiervan zijn hetzelfde als met bloed dat voor transfusie bestemd is.
Getest bloed kan daarom wel veilig in de klas gebruikt worden.
Frequently Asked Questions
Onder de uitklapbare alinea’s worden, gerangschikt per onderwerp, veelgestelde vragen beantwoord. Zit u nog met een onbeantwoorde vraag na het lezen van dit webartikel? Post uw vraag dan onderaan dit webartikel via de ‘reageer button’. Jan van der Valk zal uw vraag beantwoorden, en vraag en antwoord zullen aan de FAQ lijst toegevoegd worden.
Dode dieren / diermaterialen
Mag je slachthuismateriaal, organen of doodgeboren dieren zonder het te melden of toestemming te vragen
ter demonstratie open snijden of door leerlingen / studenten open laten snijden?
Dat mag inderdaad zonder toestemming gebruikt worden.
Een practicum met een koeienoog, mag dat?
Volgens de Wod mag dit zeker. Organen vallen niet onder de Wod. Arbo-technisch gezien mag dit alleen tot een leeftijd
van het oog van 1 jaar. In verband met een BSE-besmettingskans, is het verboden om te werken met bepaalde weefsels die
ouder zijn dan 12 maanden. Hieronder vallen onder andere ogen van runderen, schapen en geiten.
We willen een practicum opzetten met varkensharten. Zijn hier, net als bij het koeienoog, nog restricties vanuit de Arbowet?
Bepaalde dierlijke bijproducten mogen niet gebruikt worden, omdat deze gevaren op kunnen leveren voor de gezondheid. Bijvoorbeeld bij het koeienoog dat ouder is dan 12 maanden.
Er zijn drie categorieën van dierlijke bijproducten. Het gebruik van "categorie 3 materiaal" t.b.v. educatieve doeleinden is op middelbare scholen in Nederland toegestaan. Voor het gebruik van categorie 1 en 2 materiaal, moet toestemming gevraagd worden.
Advies is daarom om uitsluitend materiaal te gebruiken, dat afkomstig is van dieren die geschikt (zouden kunnen) zijn voor menselijke consumptie.
Embryo’s
Vallen embryo’s onder proefdieren?
Volgens de wetgeving tot 1 jan. 2013 vallen embryo’s niet onder de proefdieren. Per 1 januari 2013 vallen zoogdieren vanaf het
laatste 1/3e deel van hun embryonale ontwikkelingsfase onder de proefdieren.
Mag je ontwikkelende visembryo’s laten zien?
Dit mag.
Mag je bevruchte kippeneieren (in verschillende stadia) laten zien?
Volgens de wetgeving tot 1 jan. 2013 mag dit. Volgens de wetgeving vanaf 2013, mag dit tot 2/3e van de ontwikkeling.
De laatste 1/3e van de ontwikkeling in een ei mag je niet laten zien.
|
|
Bron figuur: www.natuur-wereld.be
Huisdieren en veldonderzoek
Wanneer noem je een dier een proefdier als het je eigen huisdier betreft?
Dit valt in een grijs gebied. Met je eigen huisdier zijn de regels minder streng dan met ‘echte proefdieren’.
Het dier mag natuurlijk geen narigheid ondervinden. Dus invasieve handelingen zijn bijvoorbeeld niet toegestaan. Neem
hierin als docent je eigen verantwoordelijkheid en gebruik je gezonde verstand. Kijk naar de intentie van de wet: we
willen geen onnodige overlast voor dieren voor doelen die wij niet van belang achten en we willen respect voor de dieren.
Is meer ecologisch onderzoek ook proefdieronderzoek? Bijvoorbeeld vissen vangen, bepaalde metingen
verrichten, en de vissen weer terug zetten? Of is een proefdier alleen een proefdier als het speciaal
voor het onderzoek in de onderzoeksinstelling gehouden wordt?
Dit is ook een grijs gebied. Hoe ze dat moeten interpreteren, is voor de nieuwe wetgeving nog een punt van discussie.
Kikkers en kikkerdil
Mag je kikkers in de klas houden?
Nee, dit mag niet.
Mag je kikkerdril in de klas houden?
Kikkerdril van de gewone pad en bruine of groene kikker mag in de klas gehouden worden, bijvoorbeeld om de ontwikkeling
te volgen. Totdat de larven zich tot kikkers of padden ontwikkelen, mogen ze in de klas blijven. Als de jonge kikkers
/ padden beginnen te springen, dan moeten ze teruggezet worden in hun sloot.
Dieronderzoek als huiswerk
Stel, leerlingen doen in opdracht van school, buiten school onderzoek naar dieren. Ze mogen zelf
hun onderwerp kiezen. In hoeverre is de school dan verantwoordelijk?
De school is altijd verantwoordelijk als het een opdracht vanuit school is.
Verwijzingen
Sessies
- Het 3RS-Centre Utrecht Life Sciences en het NKCA kunnen bij u op de lerarenopleiding, op maat een sessie over (proef)dieren in het onderwijs verzorgen. Neem hiervoor contact op met Jan van der Valk
- "Minding Animals Conference" (Universiteit Utrecht): 4-6 juli 2012
Lesideeën en -materiaal
- Download: Proefdieren Kennis Test – de vragen
- Download: Proefdieren Kennis Test – de antwoorden
Maak de test online: Test bij: Dieren en dierproeven in het onderwijs
Dieren in de klas
- Download: ‘Kikker in de klas’
Alternatieven waarbij geen dieren in de klas nodig zijn
- Download: ‘Diervriendelijke producten’
- Download: ‘Over kippen en eieren’
- Download: Ondersteunend materiaal voor Ethiek - volgt
Artikelen
- Download: ‘Alternatives to the Use of Animals in Higher Education’
- Download: ‘Dierproeven op school zijn verboden’
- Download: ‘Het skelet heet Hein’
Brochures en jaarverslagen
- Website: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Brochure (2000): 'Zorgen voor dieren: over de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren’
- Website: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Brochure (2002): 'Bescherming van planten en dieren: over de Flora- en faunawet’
- NVON Brochure (2001) ‘Arbo bij natuurwetenschappen in het Voorgezet Onderwijs’. Deze kunt u bestellen via: ledenservice@nvon.nl
- Website: UMC Utrecht en Universiteit Utrecht: 'Proefdierkundig jaarverslag 2010. Met bijzondere aandacht voor het onderwijs’
- Website: DEC Utrecht: 'Jaarverslagen’
- Website: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: 'Zo doende 2010 (jaaroverzicht over dierproeven en proefdieren)’
Didactiekboeken (PABO)
- 'Het didactische werkvormenboek: variatie en differentiatie in de praktijk’ – Piet Hoogeveen en Jos Winkels (2005)
- ‘Natuur en techniek geven: praktische vakdidactiek voor het basisonderwijs’ – Herman de Jongh et al. (2009)
- 'Natuur is overal' – J. Zwiers (2005)
- 'Praktische didactiek voor natuuronderwijs' – Els de Vaan en Jos Marell (2006)
Websites
- Eurca - database voor modellen in het onderwijs
- Interniche - database voor modellen in het onderwijs
- Hsvma - database voor modellen in het onderwijs
- Nationaal KennisCentrum Alternatieven voor dierproeven
- Nationaal Centrum Alternatieven voor dierproeven - speciaal voor jongeren
- Stichting Informatie Dierproeven
- Voedsel- en Warenautoriteit - dierproeven voor onderzoek
- Voedsel- en Warenautoriteit - wet op de dierproeven
- Natuur aan de basis - kwartaaltijdschrift met lesideeën
Reacties
Hallo, Ik las in uw artikel dat het toegestaan is om organen van dieren te gebruiken om open te laten snijden door leerlingen tijdens een practicum. Nu willen we graag een practicum opzetten met varkensharten. Zijn hier net als bij het koeienoog nog restricties vanuit de Arbo wet? Met vriendelijke groet, Rian van den Berg
12 jan 2012, door Rian van den BergBeste Rian, Bepaalde dierlijke bijproducten mogen niet gebruikt worden, omdat deze gevaren op kunnen leveren voor de gezondheid. Bijvoorbeeld bij het koeienoog dat ouder is dan 12 maanden. Er zijn drie categorieën van dierlijke bijproducten. Het gebruik van categorie 3 materiaal t.b.v. educatieve doeleinden is op middelbare scholen in Nederland toegestaan. Voor het gebruik van categorie 1 en 2 materiaal, moet toestemming gevraagd worden. Zie deze website voor wat er onder categorie 3 valt: http://www.vwa.nl/onderwerpen/bijproducten-voeder/dossier/dierlijke-bijproducten/dierlijke-bijproducten-per-categorie/categorie-3-materiaal Advies is daarom om uitsluitend materiaal te gebruiken, dat afkomstig is van dieren die geschikt (zouden kunnen) zijn voor menselijke consumptie. Met vriendelijke groet, Jan van der Valk
18 jan 2012, door Jan van der Valk